Een plaatje De regering belooft in de regeringsbegroting een gemiddelde koopkrachtstijging van 1,5%. Het koopkrachtplaatje laat een gemiddeld stijging zien van 1,6% voor mensen met een baan, 0,9%voormensen met een uitkering, 0,3% voor alleenstaanden met kinderen. Voor 4% van de mensen (van de uitkeringsgerechtigden 7%) zou de koopkracht gelijk blijven of erop achteruitgaan. Dit zou het resultaat zijn van een hogere algemene heffings- en arbeidskorting bij de inkomensbelasting en een lager tarief voor het inkomen boven € 20.500. Tot dit laatste bedrag gaat het tarief zelfs omhoog. Verder worden de kinderbijslag en kinderopvangtoeslag hoger. Maar daar tegenover staat een verhoging van het BTW-tarief van 6% naar 9% voor onder andere de primaire levensmiddelen, de belangrijkste uitgavenpost voor veel mensen. Daarbij komt een verhoging van de zorgpremie met € 124 per volwassene per jaar. De zogenaamde ‘duurzaamheidsopslag’ op de energiebelasting wordt verhoogd met € 130 per huishouden. De regering heeft eerder beslist dat de stijging van de zorgtoeslag en de huurtoeslag achter moet blijven bij de stijging van premie en huur. De bijstandsnorm moet ieder jaar wat verder worden afgebouwd. Zijn dit al flinke aanslagen op de koopkracht, daarbij komt dat uitkeringsgerechtigden - maar ook werkenden die minder dan € 20.500 verdienen - ook niet van een stijgende arbeidskorting profiteren. En de loonstijging van 3,1% waar de regering van uitgaat,moet eerst worden binnengehaald. En daarna klopt de gemeente weer aan de deur. Weinig reden dus om vol verwachting naar je portemonnee te kijken. Gemiddeld is Nederland een heel rijk land, waar de regering haar vrienden miljarden toeschuift, de rest kruimels ontvangt en een groot deel van de bevolking met een plaatje en een praatje wordt af geserveerd. Des te meer reden het gepolder te bestrijden, van de vakbond een strijdorganisatie te maken en de looneis van 5% of meer die de FNV stelt met ontplooiing van de gehele vakbondskracht af te dwingen.